Nieuws

“You can’t prevent the future from happening”

 “You can’t prevent the future from happening”

(Interview met Mark Veldpape)

Schermafdruk 2016-02-05 23.47.03

Hoe kan de overheid mee investeren in de Circulaire Economie? En wat is de potentie van Circulaire Economie?

In aanloop naar het Circulaire Economie Congres interviewden wij Mark Veldpape, veranderingsdeskundige Questionmarks. Mark deelt zijn kennis en expertise over onder meer de belangrijkste uitdagingen omtrent de Circulaire Economie.


”We weten namelijk al heel lang dat vele natuurlijke bronnen uitgeput raken. Laten we dat even als feit gaan zien, maar daar verder geen emotie aan hangen” – Mark Veldpape

Wat is in uw ogen de potentie van de circulaire economie?

Wellicht komen we daar gedurende deze interviewvragen nog vaker op terug, maar ik zal meteen het spits afbijten met de opmerking dat het woord ‘potentie’, evenals enkele andere bewoordingen, wat mij betreft inmiddels wat misplaatst zijn. Dergelijke woorden roepen direct wat verwarring bij me op. Bij potentie denk ik namelijk onlosmakelijk aan het ingebakken patroon dat een Circulaire Economie een financieel rendement moet opleveren. Ik stel me hierbij voor dat financieel rendement alles is en dat een andere meerwaarde of benutting, in de meest positieve zin, als bijvangst kan worden gezien. Primair schakelen we op het bord van de financiële economie en natuurlijk kun je die economie ook (semi-) circulair maken. Want vanuit dat perspectief is het ook mooi meegenomen dat producten voor langere tijd telkens opnieuw bruikbaar zijn. Maar zo werkt het in mijn ogen niet. Volgens mij ligt het iets gecompliceerder. En daarvoor moeten we misschien even terug in de geschiedenis.

Het lastige, dominante en tevens het meest onderschatte thema binnen een Circulaire Economie is namelijk de vraag rondom onze verwachtingen betreft het eigenaarschap; ‘het bezit van goederen’.
Ik zou willen vaststellen dat een selecte groep mensen bezit hebben genomen van alle bronnen in de wereld. Vroeger de edelen, later de overheden en nog weer later, zoals in de laatste decennia, de grote private bedrijven. En daarbij kunnen we ook stellen, aan bezit zitten lusten en lasten, kijk maar naar uw eigen auto.
Toch hebben vele eigenaren vooral de lusten genomen, denk aan olie en gas, en de gevolgen gelaten aan de gemeenschap. We weten namelijk al heel lang dat vele natuurlijke bronnen uitgeput raken. Laten we dat even als feit gaan zien, maar daar verder geen emotie aan hangen. En ooit hebben we die bronnen aan een eigenaar gegeven die vanuit concessies of claims de stoffen vrijelijk uit de aarde mochten delven. Ook dit is gewoon een gegeven in de tijd. Elke negatieve emotie hierover is in feite verloren energie.

Kijken we nu naar de toekomst, ook in termen als potentie en economische uitnutting, dan kunnen we bovendien de nuchtere opmerking maken dat we het zeer binnenkort ergens op een andere manier moeten gaan doen. Let wel, moet gaan doen, in mijn ogen is er weinig keuze. De economische potentie van weleer heeft een forse herijking nodig. Meer van hetzelfde lost in de toekomst niks op en brengt ons zelfs veel verder weg van de oplossing. Dus mijn antwoord op de vraag of er potentie in de Circulaire Economie zit, zou ik alleen al om deze laatste reden positief beantwoorden.Daarnaast wilde ik graag het vraagstuk positioneren buiten de huidige economische orde. Die potentie betekent namelijk niet perse hetzelfde als louter vooruitgang in termen van welvaart. En dat laatste vindt niet iedereen prettig om te horen.

Welk project of welke organisatie is een goed voorbeeld van circulaire economie?

Er zijn op zich heel veel goede voorbeelden van een Circulaire Economie, maar het is de vraag waarna je dan kijkt.

Ik vind MUD-Jeans bijvoorbeeld in meerdere opzichten een goed voorbeeld. Ze bieden wat mij betreft een compleet nieuw inzicht in modieuze kleding. Ten eerste maken zij gebruik van bio-katoen, maar vertellen meteen het eerlijke verhaal erbij dat katoen –zoals wij dat gebruiken- vreselijk vervuilend en weinig ecologisch is. Daarom willen ze minder nieuw katoen en meer gebruikt katoen gebruiken voor hun kleding. Maar wel louter bio-katoen. Hoe bereik je dat?

Zij doen dat door je een jeansbroek 1 jaar ter beschikking te stellen tegen een maandbedrag van €5,- Je hebt als het ware een Lease-Jeans. Je draagt het een jaar en daarna geef je het weer terug aan de producent die hem óf als ‘hippe vintage-broek’ een nieuw leven geeft, óf indien de broek echt te versleten is, wordt de broek vermalen tot een basisgrondstof van nieuwe bio-katoen kleding!
Vooral de mogelijkheid benutten om de kleding eerst een nieuw leven te geven voordat het gerecycled wordt, vind ik een goed idee. Daarnaast weet men ook een verdienmodel te koppelen aan elke fase van het kledingstuk. Ook het hergebruik is een verdienmodel voor de producent. Maar ook het besparen op dure en vervuilende grondstof voor jeans, omdat dit uit oude jeans komt, is een serieuze business case. Tot slot is de marketing ook nog eens leuk; elke broek heeft een verhaal! En zo hoort dat in een CE; het verhaal erachter moet kloppen.

Op welke manier kan of moet de overheid mee investeren in de circulaire economie?

De overheid heeft een enorm belangrijke rol binnen de Circulaire Economie en wel op verschillende vlakken.
Ten eerste de oude economie, zijnde alles wat niet de CE-filosofie draagt, maakt een succesvolle CE-oplossing praktisch onmogelijk. Het financieren van CE-projecten zijn dermate kapitaalintensief, dat je bijna niet zonder hulp van overheden kunt. Al was het maar door het fiscaal beleid en de praktische toepassing hiervan meer CE-vriendelijk te maken.
Maar het gaat hier met de meest grote nadruk NIET om (eenmalige) subsidies! En als dan toch subsidies worden uitgegeven, maak ze dan revolverend, waarbij er feitelijk een tijdelijk krediet wordt gegeven die moet worden terugbetaald, zodat anderen daarna ook van dezelfde faciliteit weer gebruik kunnen maken! Binnen een paar jaar zal een dergelijke kapitaalinjectie steeds minder nodig blijken.
Het gaat er namelijk met name om dat de overheid garant staat voor een economisch model dat toekomstbestendig is. Er zijn nu nog veel angsten rondom de risico’s op langere termijn. We komen namelijk nog even terug op ‘het bezit’ wat binnen de Circulaire Economie op een andere manier is geregeld. Bij een zuiver CE-project blijft het bezit namelijk altijd bij de producent. En daar zijn vele zeer goede redenen voor. Toch levert niet overdragen van het bezit behoorlijk wat discussies op, tot op het hoogste niveau denkbaar!

Er is een belangrijke positie te noemen waarbij de overheid heel doelgericht een rol zou kunnen spelen.
Wat wij nodig hebben is een overheid die zelf ook haar bezit overbrengt naar een zogenaamde Cesco (Circulaire Economie Service Company) die uit verschillende leverancier bestaat die nu nog producten aan de overheid leveren, maar binnen de Circulaire Economie alleen de service nog leveren tegen een gebruiksvergoeding. Zij worden dus de meteen de eigenaar van die goederen.

Bijvoorbeeld door de nieuwbouw van een gemeentehuis helemaal over te laten aan een consortium die in lengte van dagen verantwoordelijk blijft voor het woon- en werkgenot van de ambtenaren. En wat daarbij komt kijken.
Wedden dat je dan een heel ander contract krijgt, met een hele andere kwaliteit dan wat er nu gebouwd wordt?!

Doe hetzelfde met alle assets van de overheid. Laat iedere leverancier of producent zijn eigen producten garanderen. Van straaljagers tot het wegennet. Geen duurzame kwaliteit, geen vergoeding!

Wat merkt de consument/burger al van de omslag naar een circulaire economie?

Wat de consument/burger en nu al van merkt is ook weer afhankelijk van waar je op let.
In de basis is iedereen wel voorstander van het principe van een Circulaire Economie. Ook de consument lijkt op vele vlakken enthousiast. Er wordt ook veel over gesproken. Wat uitblijft zijn de concrete daden van grote groepen producenten en leverancier. De burger/consument heeft eigenlijk nog nauwelijks een keuze, tenzij ze het zelf oppakken. En dat is waar vandaag de dag naar gekeken moet worden. Veel burgers/consumenten nemen zelf het initiatief en richten coöperaties en consortia op. Hele bekende zijn de energie coöperaties. Zij zijn feitelijk de voorloper van een Cesco, waar eerder al overgesproken is.

Met deze empowering van de burger komt ook een ander aspect van Circulaire Economie naar boven.
De aandacht voor de behoefte van ‘de mens’ wordt opeens net zo’n belangrijke economische actor, als de bedrijvigheid binnen organisaties. Samen met de opkomst van de CE zie je steeds meer de verschuiving van ‘de organisatie’, naar ‘het organiseren’!

Producten worden minder abstract, ze gaan over onszelf en we willen daarop ook meer invloed. We willen weten wat er in zit voordat we het eten. We willen weten hoe het gemaakt is voordat we het gebruiken. We willen weten wat er gebeurt als het fout gaat, voordat we ons ergens mee in laten!

Daarmee is de Circulaire Economie ook geen louter financiële economie meer, maar meer een combinatie tussen een financiële én sociale economie. De economische waarde kan ook tussen mensen plaatsvinden in plaats van alleen in transacties.
Dat wordt dus nog wat als we ons Bruto Nationaal Product in een Circulaire Economie willen weergeven!
We gaan van een Business Case naar een Value Case, sommige dingen van enorme waarde hebben we lang te weinig erkenning gegeven binnen het economisch discours.

Mark gaat ook in op 2 stellingen:

Elke organisatie kan circulair ondernemen!

Natuurlijk kan iedere organisatie circulair ondernemen, zodra men de kansen ertoe ook oppakt! Tegelijkertijd zullen steeds meer organisaties merken dat ze binnen een Circulaire Economie overbodig zullen raken, tenzij ze zichzelf herformeren. Veel organisaties zullen gaan klagen dat ‘het voor hen niet werkt’, terwijl ze zich eigenlijk moeten afvragen: ”Ben nog wel van waarde binnen een CE?!”
Naar mijn verwachting zullen vele organisaties worden ingehaald door de werkelijkheid dat groepen mensen het zelf eigenlijk veel beter blijken te kunnen dan de bestaande organisatie commercieel wenst aan te bieden. Dat is dan niet de schuld van de economie, dan zit je zelf te slapen als organisatie!

Ketenbreed samenwerken klinkt idealistisch, maar in de praktijk werkt dit tocj (vaak) niet

Het woord idealisme komt veel voor in de kritiek op Circulaire Economie. Het zou niet realistisch zijn om een CE-samenleving na te leven. En ondertussen kijk ik naar al het realisme om me heen. Hetgeen we blijkbaar niet als idealistisch zien, maar als realistisch?

Ik zie grote belangrijke landen dingen doen die nauwelijks te volgen zijn. China kondigt aan dat ze eerst nog even verder moeten vervuilen om straks de boel misschien beter te kunnen organiseren. Dat is misschien wel hee eerlijk, maar is het ook wijs? Is het realistisch of idealistisch. Ondertussen overschrijden ze namelijk 3 a 4 keer de norm van een leefbaar luchtklimaat in Beijing. Het is dus naar objectieve maatstaven eigenlijk niet meer leefbaar om daar te wonen.
We zien de wereld dagelijks veranderen. Er moet iets gebeuren, want zo gaat het niet langer. Toch doen we er maar weinig er aan. Want dat zou weleens idealistisch kunnen zijn?

Veel criticasters komen met argumenten die strikt genomen gebaseerd zijn op het ‘realisme’ van slechts de afgelopen decennia.Er wordt hardop geclaimd het recht te hebben op een leven dat in feite in de loop der tijd slechts zeer beperkt houdbaar is gebleken.
Over 20 jaar hebben we waarschijnlijk helemaal niet de weelde, laat staan de keuze, om Circulaire Economie als veel te idealistisch te zien. Tenminste, tenzij we dan toe zijn aan nog veel grotere maatregelen en we Circulaire Economie inmiddels veel te gematigd vinden!

“You can’t prevent the future from happening”  (Vrij naar tekenfilmserie: The Simpsons)

 

 

Laat een reactie achter

Velden met een * zijn verplicht